Home Regionieuws Zwinregio Laat ons samen de Mezen redden

Laat ons samen de Mezen redden

5

De plotse hoge mezensterfte in onze contreien deed de tuindersvereniging Velt vzw en Vogelbescherming Vlaanderen de handen in elkaar slaan. Samen voeren ze onderzoek uit of de sterfte te maken heeft met het gebruik van pesticiden, meer bepaald de insecticide ter bestrijding tegen de buxusmot. Voel je je geroepen om mee te helpen aan dit onderzoek? Verzamel de dode mezen in een plastiek zakje en stop ze in de diepvries. Laat het zakje ophalen samen met het ingevulde formulier te vinden op www.sosmezen.be

Mezen zijn een familie van kleine zangvogeltjes die voorkomen in Europa, Azië, Afrika en Noord Amerika.

De levenswijze:

De meeste vogels zijn standvogels of trekken slechts over korte afstanden. Ze nestelen in holen en nissen, of ze bouwen vrij liggende of hangende nesten. Het legsel bestaat uit 8 of meer witte, roodgespikkelde eieren. De familie is in 3 subklassen in te delen, de Parinae of echte mezen, de Aegithalinae of staartmezen en de Remizinae of buidelmezen. De laatste tijd twijfelen veel kenners echter aan deze indeling omdat bijvoorbeeld de echte mezen volgens veel ornithologen nauwer verwant zijn aan de boomklevers dan aan andere mezen.

Soorten:

Er bestaan ongeveer 60 soorten, waarvan er slechts een paar groter worden dan de bekende koolmees. (parus Major).
Een daarvan is de Sultanmees (Melanochlora Sultanea) die tot 20 cm lang kan worden. Het bekenste is ongetwijfeld de in heel Europa, Azië en Afrika voorkomende Koolmees.
Andere bekende soorten zijn;

  • de pimpelmees, (Parus Caeruleus)
  • de glanskop, (Parus Palustris)

De Baardman, (Panurus Biarmicus) werd door enkele zoölogen overgeheveld van de mezen naar de vliegenvangers ( Muscipadiae). Dergelijke veranderingen vallen ook nog bij enkele andere soorten te verwachten. De bekenste vertegenwoordiger van de Remizinae is de Buidelmees (Remiz Pendulinus) die in Europa vooral in het Zuiden en Oosten en in heel Azië tot aan China voorkomt.
Tot de Aegithalinae behoren 8 soorten.
De bekenste daarvan is de staartmees (aegithalus Caudatus) waarvan tussen West Europa en Oost Azië verschillende rassen voorkomen.

De echte mezen van de onderfamilie Parinae zijn algemeen bekend. Het zijn kleine, uiterst kwieke en snelle, maar weinig schuwe vogeltjes die een voorkeur hebben voor bomen en hoge struiken en die vaak tamelijk veel lawaai maken. Het zijn zowel uiterlijk als hun gedrag typische mezen. De meeste hebben een zwarte of bruine kop met duidelijk contrasterende witte of gelige wangen. De kuifmezen, waarvan de bekenste soort Parus Cristatus is, hebben daarbij een spitse, meestal rechtopstaande kuif. Bij de meeste soorten is het geslacht van buitenaf niet vast te stellen, alleen bij kool en pimpelmezen hebben de mannetjes duidelijk fellere kleuren dan de vrouwtjes.

De habitat:

De mezen zijn oorspronkelijk uitgesproken bosbewoners, maar ze zijn steeds meer aan mensen gewend geraakt en tegenwoordig zijn ze in elke tuin te vinden.

Het voedsel:

Voorzover bekend hebben alle mezen een zeer gevarieerd dieet. Ze eten zowel insecten en andere kleine dieren als zaden. Met hun korte krachtige snavel pellen ze moeiteloos pinda’s of beukennootjes en ook hazelnoten schijnen geen al te grote problemen op te leveren. Harde vruchten houden ze met hun tenen vast en dan hakken ze er lustig met hun snavel op los. Hun jongen voeren ze meestal met sappige rupsen.

Over het algemeen kan men stellen dat de Zuidelijke rassen en soorten standvogels zijn en dat de noorddelijke soorten over een korte afstand trekken.

De voortplanting:

De echte mezen nestelen in boomholtes en boomspleten. Sommige soorten, en dan vooral de koolmees, kruipen in de grond in holen van andere dieren. Het legsel bestaat uit 6 tot 15 eieren. Bij de pimpelmees kunnen het er zelfs 20 zijn. De jongen komen na ongeveer 2 weken kort na elkaar uit het ei. Als er veel jongen zijn, moeten beide ouders 14 tot 16 uur per dag werken om de benodigde hoeveelheid voedsel aan te slepen, aangezien zelfs voor het groot brengen van een klein aantal jongen al 10.000 rupsen nodig zijn. Met dit aantal in het achterhoofd kan men zich wel voorstellen hoe nuttig mezen zijn.

Artikel

5 REACTIES

  1. Heb ook een nestelende pimpelmees gehad, maar na het broedsel te hebben gelegd heb ik enkel maar één zien terug komen, een dag later lag die(ook?) dood op z’n eitjes, heb alles uit het nestkastje verwijderd, wist toen nog niet van de mogelijke vergiftiging.
    Wonderwel heb ik samen meteen iemand die mogelijks in de Magere Schorre woont, een tiental waarschijnlijk kleine staartmezen kunnen herplaatsen, ze hadden een nogal lange staart en een donkere kop met een witte plek erop te zien.
    We konden het ronde nest die waarschijnlijk was uitgewaaid, weer plaatsen en de jongen erin zetten, wel een lange klus hoor, een tijd later waren de ouders al terug aan het voederen…
    Heb nog maandag laats met de fiets daar langs gereden, het nest was verlaten, denk dat allen zijn uitgevlogen daar ze toch al voordien redelijk goed konden fladderen.

    • Keerlin
      Mooi werk met de staartmezen. Die leven van kleinere beestjes dan hun grotere neven kool en pimpelmees die wel allerlei rupsen voederen aan hun jongen en dus veel gevoeliger zijn voor vergiftiging met bestrijdingsmiddelen tegen rupsen allerhande..

    • Beste Keerkin en andere vogelliefhebbers, ik hoor regelmatig dat meesjes en andere vogels opgestuurd worden voor onderzoek. Eén keer hebben ze op het nieuws gezegd dat er ééntje wel vijftien soorten pesticiden in het bloed had. Ik vraag me af of er reeds gif van de buxusmot gevonden is of of er IETS ANDERS aan de gang? Sinds enkele jaren kampen zowel de mussen als de merels met een ziekte die de dood kan veroorzaken en hier is van gif geen sprake. Ik heb gisterenavond nog enkele ingesponnen cocons (poppen) uit mijn buxusplanten gehaald, vernietigd én nog eens alle takken gecontroleerd wat me zo in totaal een half uurtje werk kostte maar ik vind het de moeite waard.

      • ’t Heitenaartje, ben daar niet van op de hoogte, heb wel de indruk dat het met merels beter zou gaan, ook hebben we soms 20-25 mussen op bezoek in ons tuintje…

  2. Ik heb ook buxusplanten in mijn tuin staan (een viertal) en heb er ook al handmatig een aantal larven van de buxusmot uit verwijderd. Het rare is dat de mezen zelf nooit in deze buxusplanten kruipen daar deze volgens mij té dichtbegroeid zijn zodat ze niet tussen de takken kunnen. Op de hortensia’s, rozen, dahlia’s en andere vaste planten en struiken ‘likken’ ze met plezier de bladluizen van de takjes. Maar nu moet ik het inderdaad zelf doen met de hand of met de druk van de waterslang daar er bijna geen mezen meer zijn. Twee jaar geleden zaten er wel acht pimpelmezen in één van mijn nestkastjes maar het vrouwtje haar “eierstok?” hing uit haar lichaam en ze is er ook aan gestorven. Het mannetje kon de kleintjes niet alleen opvoeden ondanks de nootjes en de wormpjes die we hem toestopten. Hij werkte als een bezetene, tevergeefs. Bij de buren was het in april een ramp. Een koppeltje koolmezen hadden zes eitjes gelegd in een nestkastje maar de temperatuur nam plots een duik. Ze hebben het nest verlaten omdat ofwel de vele vliegjes verdwenen waren ofwel door een ander probleem. Met de mussen is het al niet beter gesteld maar ik denk dat het teveel aan isoleren hier ook wel voor iets tussen zit. Vroeger hadden ze aan een spleetje genoeg om een net te bouwen maar alles is nu potdicht. Voor wat de buxusmot betreft is het beter om de paar dagen de planten te controleren en niet te wachten tot het probleem niet meer in de hand te houden is. Wie toch wil spuiten doet liefst NIET tijdens het broedseizoen van de meesjes. Als je regelmatig controleert kun je de rupsen zelf de baas maar het vergt wel een beetje tijd en moeite.

Comments are closed.