Mondeling doorvertelde gebeurtenissen werpen vaak een licht, op wat mensen en kinderen  vroeger meegemaakt hebben, hoe zij de werkelijkheid toen ervaren hebben.  Eenmaal de persoon overleden, verdwijnen die ervaringen ook tussen de rimpels van de tijd.  Voorgoed weg…. Helaas. Tenzij ze opgeschreven worden.

Luc Lierman die we ook kennen als gemeenteraadlid van Groen is ook geboeid door geschiedenis.  Meer dan een hobby…  Enkele jaren geleden schreef hij een mondeling overgeleverd verhaal op. Verteld door een persoon, die toen een 9-jarig kind was, “in het jaar, dat de Canadadezen ons bevrijd hebben…”

In deze eindejaarperiode, vandaag 75 jaar later, laat hij zijn ooggetuige aan het woord.  Opdat haar verhaal niet “voorgoed weg zou zijn”…

Toen vloog de deur opnieuw open.  Een ijskoude gulp wind joeg een pak sneeuw binnen.  In de deuropening stond een man.  Van zijn soort kende ik de helm maar al te goed.  Even was hij verblind door de sneeuwvlokken.  Hij zette twee stappen.

Toen ging alles o zo snel.  De latino grabbelde naar zijn geweer.  De zwarte probeerde koortsachtig zijn dolk aan zijn gordel te grijpen.  De Duitse revolver, de Luger, gleed uit de holster.

De Amerikanen schreeuwden, de Duitser brulde.  Zusje begon gillend te wenen.

Toen… ging mama tussen de vijand in staan. “Keine Waffen … wapens weg…!”

Kerstdag.. Weihnachten (dat woord kende mama).. Christmas…

Er ging zoveel gezag van haar uit, dat de Amerikanen niet langer naar hun wapens grabbelden en de Luger opgeborgen werd. 

“Kom”, zei mama.  In de drie talen klonk het hetzelfde.  Pannenkoek.  Ze nam het bord met het stapeltje resterende koeken.

“Christmas… Weihnachten….” herhaalde ze.  Er klonk geen angst in haar stem.

Ze ging nog 4 eieren stukslaan en nam de kruik met bloem. 

“Stille Nacht”… zong zusje ….”Heilige Nacht”… De Duitser had een warme stem en zong toonvast mee.  Even waren War en Krieg en d’Oorloge weggesmolten…

In de Kerstnacht sliepen de drie koningen die nacht broederlijk naast elkaar bij het vuur, terwijl de kerstblok in de haard langzaam aan gloed minderde.

Bij zonsopgang trok de Duitser buiten de wacht op.  Hij droeg zijn witte camouflagepak.  De kraag van zijn jas had hij met opzet omlaag getrokken, zodat   zijn officiersinsignes duidelijk uitkwamen.  Een zestal Duitse soldaten bereikten de hut.   “Hier keine Feinde” …”geen vijanden”.  “Jawohl, Herr Major”.  Ze salueerden stram en vertrokken.

Rond de middag zelf vertrok hij, maar niet vooraleer hij de wonde van John, de zwarte Amerikaan, verzorgd had.  “Ich bin Jochen, ich bin  Artz”… “Hij heet Jochen. Hij is dokter”, vertaalde mama en dat woord begrepen John en Juan overduidelijk.  De dokter gaf mama een voorraadje medicamenten en verband uit zijn rugzak.  Bij het afscheid klakten  de hakken van zijn laarzen tegen elkaar.  Hij boog naar mama. “Vielen Dank.  Ein gutes 1945!”. 

Hij gaf John een stevige handdruk.  Juan salueerde.  Hun wederzijdse blikken vergeet ik nooit.

Enkele dagen later verjoeg de zon de nevel en de mist.  Amerikaanse vliegtuigen maakten een eind aan het Ardennenoffensief.  Bastogne was een begrip geworden.

Weken later stonden mama, zus en ik langs de hoofdweg te gapen naar een kolonne Duitse krijgsgevangenen, die onder begeleiding van Amerikaanse soldaten naar een gevangenkamp marcheerden. Toen herkenden zus en  ik Jochen. 

“Kijk mama, de witte koning”, riep zusje.  Heel langzaam durfde ik mijn linkerarm opheffen, bang als ik was, dat het als een gebaar van een  moffenvriend aanzien zou worden.  De majoor knipoogde.  Dan marcheerde hij dapper verder.  Het nieuwe jaar droeg voor hem alvast de belofte in zich van een betere toekomst.  Nog even doorbijten…

Of John en Juan het gehaald hebben, ben ik nooit te weten gekomen.

Maar helden en heldinnen bestaan. 

Mijn mama was er zo een.